Ook zo’n honger naar onze wedstrijd? Dat dachten we al. Daarom laten we cookies achter. Die helpen je altijd makkelijk je weg terugvinden naar onze pagina’s. Meer weten?

03 okt. 2019

Een businessplan, hoe begin je eraan?

Zie een businessplan als de handleiding van je bedrijf. Je geeft meer uitleg over waar je bedrijf voor staat, welk product je aanbiedt en hoe je je idee gaat bekostigen. Het is belangrijk dat je tijdens het opstellen van je businessplan steeds rekening houdt met wie je klant is en hoe je je bedrijf positioneert.

Je businessplan dient er ook voor om potentiële investeerders over de streep te trekken wanneer je extra kapitaal nodig hebt. Maar wat moet er nu allemaal in een businessplan staan?

1. Bedrijf en product/dienst

Vermeld kort iets over je bedrijf zelf, maar belangrijker, schrijf je idee neer. Je stelt je product/dienst voor en toont aan waarom je er bovenuit springt. In deze rubriek ga je dus verder in over wie je bent en wat je anders maakt dan de rest.

2. Missie, visie en strategie

De missie omschrijft waarvoor je als onderneming staat. Je spreekt over de waarden en normen die in jouw bedrijfscultuur leven. Dit kunnen zaken zijn als: respect, duurzaamheid, verbondenheid, etc. De visie omvat wat je wilt bereiken, zowel op korte als lange termijn. Terwijl je in het onderdeel ‘strategie’ bespreekt hoe je dit gaat aanpakken. De allerbelangrijkste vraag hier is “waarom”. Leestip: Start with a Why van Simon Sinek.

3. Marktanalyse

In de marktanalyse beschrijf je 3 verschillende zaken die van toepassing zijn voor jouw bedrijf, namelijk: de klanten, de leveranciers en de concurrenten.

Bij de klanten bespreek je bijvoorbeeld in welke regio je klanten wonen, tot welke leeftijdscategorie ze behoren, welke levensstijl ze hanteren, etc. Denk zeker ook goed na over hoe je die mensen kan bereiken. De oudere generaties ga je bijvoorbeeld moeilijker bereiken via Snapchat. Doe dit zo grondig mogelijk en ondersteun met cijfers of grafiek.

Daarnaast som je de verschillende leveranciers op en bespreek je welke je kiest aan de hand van voor- en nadelen. Als laatste lijst je ook de concurrenten op en ga je dieper in op hun zwaktes en sterktes.

4. SWOT analyse

De bovenstaande onderdelen kan je verder samenvatten in een SWOT-analyse. Dit houdt in dat je de sterktes, zwaktes, opportuniteiten en gevaren voor je bedrijf opnoemt. Een stevig klusje, maar het biedt heel wat inzicht.

  • Strenghts: Je bespreekt waar je goed in bent. Wat zijn de sterktes van je idee/product/dienst? Bv. schaalbaar of heel creatief
  • Weaknesses: Wat zijn de zwakke punten van je bedrijf? Bv. weinig budget
  • Opportunities: Waarin liggen de mogelijkheden voor je bedrijf? Zowel op korte termijn, als lange termijn. Bv. geïnteresseerde investeerders of internationaal uitbreiden
  • Threats: Welke zaken kunnen een gevaar betekenen voor je bedrijf? (vb: het idee bestaat al) Bv. concurrenten, de politiek, ...

5. Marketingplan

In je businessplan beschrijf je ook de 4 P’s: product, prijs, plaats en promotie.

  • Product: wat houdt je idee precies in? Hoe ziet het eruit? Wat doet het?
  • Prijs: wat kost het je klant?
  • Plaats: waar kunnen klanten je product/service kopen?
  • Promotie: hoe ga je het product/de service aan de man brengen?

6. Financieel plan

In het financiële luik ga je verder in op de kosten die je gaat maken bij het uitwerken van het concept, de opbrengsten die je verwacht te genereren en de middelen die je hiervoor nodig zult hebben. Dit kan gaan van investeerders, tot banken tot eigen kapitaal inbrengen. Tip van de dag: zet die netjes in enkele kolommen in een Excel of Google Sheet. Zo hou je makkelijk het overzicht.

7. Tips & Tricks

Bij het opstellen van een businessplan komt ook meer kijken dan enkel bovenstaande rubrieken te beschrijven. Drie tips en tricks die hierbij zeker van pas komen:

Tip 1: Pas je businessplan aan je doelgroep aan. Weet wie je product gaat kopen en onthoud dit doorheen je businessplan.

Tip 2: Beperk je tot maximum 30 pagina’s. Je businessplan moet relevante en correcte informatie bevatten, maar dit hoeft niet in ellenlange teksten.

Tip 3: Schrijf in een leesbare taal, begrijpbaar voor iemand die helemaal niet op de hoogte is.